‘Ik zet de penseel in beweging en hij doet de rest…’

Wivine Vervaeke - portret
Wivine Vervaeke

Het schilderen van de figuratieve voorstellingen, geïnspireerd door de oude civilisaties en rituelen, heeft in het verleden alle aandacht van Wivine Vervaeke gehad. In de laatste jaren voelde zij een nieuwe fase aankomen. Deze ‘Einfühlung’ werd opgevolgd door een verandering van het motief in haar schilderkunst. De antieke Romeinse cultuur, als inspiratiebron, heeft plaats gemaakt voor een oude oosterse cultuur – die van Tibet.

Vervaeke bezocht dat land meerdere keren en was vanaf het begin verwonderd door de mensen en de cultuur. Reizen is in het ontmoeten met de anderen ook het ontdekken van het waardevolle verborgene in jezelf.

Ondergedompeld in een andere werkelijkheid voelde Vervaeke zich in Tibet geestelijk thuis. Zij werd aangetrokken tot het Tibetaans boeddhisme en dat was niet toevallig. Vervaeke’s voorliefde voor rituelen en beeltenissen werd aangewakkerd in de Tibetaanse tempels waar deze in overvloed te zien waren. Tijdens het reizen heeft ze er honderden foto’s van gemaakt. Terug in Nederland, in de rust van haar atelier, begon het schilderen.

De afbeeldingen van de Tibetaanse vrouwen, snellend langs de kleurrijke tempels, zittend in de interieurs of de kinderen dragend, laten op het eerste gezicht de uiterlijke schoonheid van deze vrouwen zien. Neem tijd, kijk goed en je zult begrijpen waar het hier uiteindelijk om gaat. Voorbij de vormgeving schuilt een idee. Voorbij de vorm ontmoet men de innerlijke schoonheid en de stille kracht van deze vrouwen. De eerste afbeeldingen zijn in de expressio-nistische manier geschilderd. De rode, blauwe, groene en gele vlakken schitteren in de hoogst mogelijke intensiteit van kleur. Ze dwingen de beschouwer om goed te kijken want de composities zijn soms heel complex. De portretten van een groot formaat zijn krachtig en ingetogen tegelijkertijd. In de afgebeelde gezichten van de vrouwen ontmoeten eenvoud en diepzinnigheid elkaar en ze ontstijgen de werkelijke wereld.

In de loop der jaren heeft Vervaeke veel aandacht besteed aan het Boeddhisme. Daardoor veranderde haar houding ten opzichte van de schilderkunst. Door de discipline en de innerlijke rust kan zij zich volledig concentreren op een motief of een idee. Vervolgens ontstaan er vormen die zich, spreekwoordelijk, ‘zelf schilderen’.

Na de serie schilderijen in acryl op linnen, zijn vele inkttekeningen ontstaan. Deze vereisten een andere soort concentratie. Het ging om de kunst van het loslaten van zekerheden. Voorheen maakte Vervaeke schetsten en tekeningen voordat zij met verf begon te schilderen. De inkttekeningen in de sumi-e techniek vragen om een andere soort aandacht. Ze ontstaan vanuit een houding. Oorspronkelijk werd deze techniek door de oosterse Zen-monniken gebruikt. Voordat er geschilderd werd, werd er gemediteerd. Als de monnik geestelijk volledig schoon was, begon hij te schilderen. Er ontstonden, in de krachtige en vloeiende bewegingen, afbeeldingen van een meditatieve ervaring. De idee vertaalde zich in de materie. De monnik heeft controle over zijn hand, maar deze controle heeft te maken met een toewijding en aanwezigheid in een moment, waarin de monnik vereenzelvigd is met het schilderen.

In sumi-e techniek gebruikt Vervaeke natte en droge, brede en dunne lijnen. Tekenen met de verschillende lijnen maakt het mogelijk om een motief vast te leggen, maar ze zijn evengoed geschikt voor abstractere vormen. Droge lijnen kan een westerling beleven als ‘onvolledig’ en het is een ware kunst om in droge lijnen te tekenen en te schilderen. Gevoelsmatig corresponderen deze niet met de westerse manier van denken. De westerling streeft naar de perfectie en herkent haar eerder in een gesloten en gestroomlijnde vorm dan in een rafelige en onderbroken lijn.

De laatste serie inkttekeningen, die ontstaan gedurende het voorjaar van 2010, is een serie van  afbeeldingen van staande vrouwenfiguren in een verticaal formaat dat verlengd wordt met twee abstracte afbeeldingen in kleinere formaten. Deze composities lijken op een soort triptiek in de verticale form. De figuratieve voorstellingen zijn vergelijkbaar met de eerder ontstane sumi-e tekeningen. De kleinere, abstracte vormen bruisen van een nieuwe energie. Deze vormen zijn open en onbegrensd, geschilderd vaak op een papier met rijke textuur, waardoor ze met het oppervlak mee bewegen. De centrale figuren staan in een ongedefinieerde witte ruimte. De eenvoudigste krachtige penseelbewegingen op het klein formaat getuigen van steeds meer beheersing van de techniek. Soms zijn er werken op elkaar gelijmd, waardoor er, door de transparantie van het papier, een dubbele gelaagdheid ontstaat. Men kan deze zien als metaforen voor de denkende mens. De afbeelding van een gezicht is gecombineerd met een abstracte onderlaag. Dit kan verwijzen naar de gedachten in een vormloze staat, de gedachten die nog geen woorden zijn geworden.

De kunst kan ons helpen om de wereld om ons heen op een andere manier te gaan beschouwen. Zie het als een voertuig dat de verbeelding kan versterken en het denken verscherpen.

Marijana Drožđek
kunsthistoricus
1  juli 2010